De controle startte met een gezamenlijke briefing in Essen (B), waarna alle
controlekoppels zich verspreidden over het controlegebied. De koppels bestonden
uit steeds een Belgische en een Nederlandse agent in de auto of op de motor.
Bijzonder was dat ook medewerkers van de meldkamers in Tilburg en Antwerpen aan
elkaar gekoppeld waren. Het doel van de controle was vooral het voorkomen van
misdrijven door zichtbare aanwezigheid van politie, maar ook het kijken in
elkaars keuken, leren van elkaar en de nu al prettige samenwerking verder te
intensiveren.